Yerseke

Rilland-Bath tijdens de Watersnoodramp van 1953

image/svg+xml

Rilland-Bath tijdens de Watersnoodramp van 1953

Op 1 februari 1953 bereikte het water in Rilland-Bath zijn hoogste stand. De ramp had een ingrijpende impact op het dorp en de omliggende polders, en liet diepe sporen na in de geschiedenis van deze streek.

Vroege waarschuwingen

Al op 31 januari, tussen zeven en acht uur ’s avonds, gaf Rijkswaterstaat een waarschuwing af voor een bijzonder hoge waterstand. Het personeel dat verantwoordelijk was voor het sluiten van de coupuredeuren in de dijkdoorgangen werd direct geïnformeerd en voorbereid op actie. De burgemeester van Rilland-Bath zelf werd echter pas later in de nacht gewaarschuwd, rond half vier, door de heer Walrave uit Bath. Hij meldde dat de Reigerbergse polder zou gaan vollopen.

Evacuatie en waarschuwingen

Op basis van deze informatie werd de noodklok geluid en ging het brandweerpersoneel met sirenes door het dorp om de inwoners te waarschuwen. De meeste mensen vonden veilig onderdak op de bovenverdieping, zolder of het dak van hun huizen. Enkelen sloegen op de vlucht over de rijksweg richting Krabbendijke. Niet alleen de Reigerbergse polder liep onder, ook de Zimmermanpolder, Volkerpolder en Anna-Mariapolder werden overspoeld. Uiteindelijk stond ongeveer 75% van het oppervlakte van Rilland-Bath onder water.

Slachtoffers en nasleep

Door de snelle overstroming moesten naar schatting 2000 inwoners worden geëvacueerd. Het totaal aantal slachtoffers in Rilland-Bath en omgeving bedroeg twaalf personen, waaronder vijf personen uit één gezin. Het verhaal van Rilland-Bath laat zien hoe onverwacht en snel de watersnood toesloeg, en benadrukt de kwetsbaarheid van het land achter de dijken. Tegelijkertijd toont het de moed en inzet van de inwoners en hulpverleners die alles op alles zetten om levens te redden.

Het vloedmerk aan Arsenaalstraat 18 te Bath

In Bath herinnert een vloedmerk aan de Watersnoodramp van 1953 en de hoogste waterstanden die toen werden bereikt in de Reigerbergse polder. Het merk vertelt het verhaal van een dorp dat zwaar werd getroffen en van de periode erna, waarin het water langzaam werd bedwongen en het dorp weer op adem kon komen.

Hoogste waterstand en dijken

Op zondagmorgen 1 februari 1953 stond het water in de Reigerbergse polder op ongeveer 3 meter boven NAP. In de loop van de middag steeg het verder tot 3,75 meter NAP. Het land stond grotendeels onder water en de situatie was nog lange tijd kritiek. Pas op 21 april 1953 werd het laatste gat in de polder gedicht. Het stroomgat werd geblokkeerd met een schip, waarmee de dijken eindelijk weer hun functie volledig konden vervullen. De mannelijke bevolking die tijdelijk geëvacueerd was, mocht toen terugkeren naar hun huizen. Drie dagen later volgden de vrouwen en kinderen.

Herdenking van de slachtoffers

De ramp eiste ook in Bath slachtoffers. Ter nagedachtenis werd een monument opgericht op de algemene begraafplaats aan de Valckenisseweg. Daarnaast wordt de verdronken burgemeester, de heer J.A. de Goffau, geëerd met een monument nabij de kerktoren van de voormalige Hervormde kerk aan de Bathseweg.

Plaats van het vloedmerk

Het aanwezige vloedmerk is aangebracht op het voormalige gemeentehuis van Rilland-Bath aan de Hoofdweg 28/30. Dit gebouw was tot de Watersnoodramp de woonplaats van burgemeester de heer J.A. de Goffau. Het merk laat zien hoe hoog het water destijds stond en herinnert aan de gebeurtenissen die Bath en de omliggende polders in februari 1953 voorgoed hebben veranderd. Het vloedmerk is een tastbare herinnering aan de kracht van het water, de kwetsbaarheid van het land en de moed van de inwoners die probeerden hun dorp en elkaar te redden.

image/svg+xml
Copyright Tourist Shop Yerseke 2026 | Sitemap | Privacy Policy | Realisatie: Steketee Online